Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.

Openingswoord

Geachte en geliefde broeders en zusters,

Wat dacht u zopas bij de Schriftlezing (2. Kon. 17:24-41). Waarom is dit Schriftgedeelte gekozen? Is het op een feestelijke dag als deze niet veel mooier om een lofpsalm te lezen? Want inderdaad, het is een feestelijke dag. We mogen het officieel een lustrum noemen. Vijf keer een Kerkdag. Onder de zegen van de HEERE mogen we ieder jaar een Kerkdag organiseren voor heel het kerkverband van De Gereformeerde Kerken. Ieder jaar kiezen we een thema dat in de lezingen en heel de dag centraal staat. We lazen over de geboden van de HEERE en over het dienen van andere goden. Past dat wel bij het thema: komt u van een andere planeet? Wel, over dat thema zult u vandaag verschillende sprekers horen.

Wij lazen een gedeelte over de ballingschap  van Israël naar Assur. In het kort lezen we van emigranten of kolonisten, die al dan niet gedwongen in Samaria gingen wonen. Misschien waren er ook nog achtergebleven Israëlieten.  Want Samaria was het land waar eens het volk Israël woonde. Het ging er onder de koning van Assur goddeloos aan toe. Elk maakte voor zich en diende zijn eigen god. Afgodendienst. Maar als er dan een grote leeuwenplaag komt wordt er toch gedacht aan een god die misschien vroeger in het land Samaria woonde. En zo wordt via een priester (vs. 28) de God van hemel en aarde geïntroduceerd. Ook wordt geleerd hoe men de HEERE moest dienen. Het is op het eerste oog bijzonder om te lezen hoe de HEERE ook werkelijk door de nieuwe inwoners van Samaria wordt vereerd. Het wordt tot drie keer genoemd en wel in de verzen 32, 33 en 41. En toch  moeten we er in één adem achter aan zeggen: ze vereerden de HEERE niet! Zie vers 34. Het was vormendienst. De HEERE werd op één lijn gesteld met alle andere (af)goden vs. 29 - 32. En dat mag niet. Hoe vaak lezen we daarvan in het Oude Testament. Wat de HEERE God in het bijzonder in de eerste twee geboden van de wet heeft opgetekend, dat wordt in de verzen 34 t/m 39 nog eens weer uitgewerkt. Een gebod met een belofte.

Die wet, broeders en zusters, wordt ons iedere zondag voorgelezen. Staan we daar wel genoeg bij stil? Of gaat die wet vaak over onze hoofden heen. Het ene oor in, het andere weer uit. Is de wet in de eredienst een moment van bezinning, of van ontspanning. Gelden voor ons soms ook de woorden van vers 40: “doch zij hebben niet geluisterd, maar doen nog steeds naar hun vroegere gewoonte”.

Wij kennen gelukkig in de kerk de lofzang op de wet van de HEERE. Heel bekend zijn de Psalmen 19 en 119 waar we ook uit zingen vandaag. Verder besteedt de Catechismus twaalf zondagen aan de wet (zondag 2, 34 - 44), waarvan de meeste staan in het gedeelte van de dankbaarheid. Vandaag hebben we het over de vele mogelijkheden en gevaren van de moderne media. Bij dat thema, evenals bij alle andere thema’s, is het goed ons uitgangspunt in de wet van de HEERE te nemen. Hij heeft ons duidelijk voorgeschreven hoe we Hem zullen dienen. En vooral ook dat we Hem alléén zullen eren. Zoals we zopas lazen: “Hem moet gij vereren, voor Hem u nederbuigen en aan Hem offeren; en de inzettingen, de verordeningen, de wet en het gebod, die Hij u heeft voorgeschreven, zult gij te allen tijde naarstig onderhouden” (vs. 36, 37). En dat is niet negatief of somber bedoeld. Dat is niet alleen maar een gebod met een strafbepaling. Het is zoals we lezen in Psalm 19: 9 “Het gebod des HEEREN is louter, het verlicht de ogen.” En dan die belofte. Zoals de HEERE ons telkens in Zijn Woord naast de eis ook direct de belofte voorhoudt. Als Psalm 19 spreekt over de verordeningen des HEEREN, dan zegt vers 12: “in het houden ervan ligt rijke beloning”.

De laatste twee verzen van 2 Kon. 17 zijn een ernstige waarschuwing. Het dienen van andere goden naast de dienst aan de HEERE werkt door in de geslachten. Broeders en zusters, zullen wij in ons dienen van de HEERE en in onze christelijke levenswandel denken aan onze kinderen en aan onze kleinkinderen?

Ik heet u, namens het organiserend comité, allen heel hartelijk welkom op deze vijfde kerkdag, ook een woord van bemoediging voor de broeders en zusters die verhinderd zijn en via het internet meeluisteren of dit later in De Bazuin zullen lezen. Een speciale groet en blijk van meeleven voor onze broeders en zusters te Abbotsford. Wij gedenken u in onze gebeden. Tenslotte spreek ik de wens uit dat we een goede en gezegende vergadering mogen hebben. Die vooral ook mag zijn tot eer van onze God.

On behalf of the organizing committee I cordially welcome you on this fifth church day. We would also like to encourage our brothers and sisters who are unable to attend this meeting, and listen via the internet or will read this later in the Bazuin. A special greeting and expression of compassion we address to the brothers and sisters of Abbotsford. We remember you in our prayers. Finally, I would like to express the wish that we may have a good and blessed meeting. We aim that this meeting will be to the glory of our God.