Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.

Gelovigen horen bij God, niet bij de wereld

Als iemand aan je vraagt: “Van welke planeet kom jij?” dan wijk je af van de rest. Dan ben je blijkbaar een vreemde eend in de bijt. En je wordt met een schuin oog aangekeken. Ik denk dat wij als kerkleden ons erg anders gedragen, dan de gemiddelde Nederlander om ons heen.

Vele mensen besteden hun zondagmorgen anders. Ze slapen uit, of doen hun boodschappen voor de nieuwe week. Terwijl jij om 7 uur je bed uit moet, omdat je misschien wel een half uur of meer moet rijden om naar de kerk te gaan. Het gros van de jeugd en van de volwassenen draagt de nieuwste mode, met uitdagende kleren of vreemde teksten. Terwijl jij die kleren niet draagt of niet mag dragen. Veel mensen gaan samenwonen, of delen het bed met elkaar, zonder dat ze getrouwd zijn of überhaupt plannen hebben om te trouwen. Terwijl jij je lichaam rein wil bewaren en daarom wilt trouwen, voordat je samen het huis en je bed deelt. Je zult dus wel vreemd overkomen bij de wereld. Omdat jij je zo anders gedraagt en een ander leven leidt. Maar hoe komt het nu, dat wij ons anders gedragen? En waarom is het nodig om anders te zijn dan de wereld? Het ís toch niet zo, dat we van een andere planeet komen? Waarom gedragen wij ons dan zo vaak anders dan de wereld om ons heen?

Deze drie artikelen hebben één kern: Gods kinderen leven anders dan de wereld om hen heen, omdat Gods kinderen bij God horen. We zullen in dit eerste artikel stilstaan bij de vraag: waarom moeten we anders zijn?

Waarom is het nodig om anders te zijn?

Kort gezegd is het nodig om anders te zijn, omdat God u heeft geroepen. U mag bij God en bij zijn volk horen. Hij heeft u tot zich geroepen. U bent van Hem, u hoort bij Hem. En níet bij de wereld. Dat maakt u anders. Daarom moet u anders zijn. Ten diepste is dat de reden waarom u ‘van een andere planeet’ lijkt te komen.

De apostel Petrus zegt dat ook heel duidelijk in zijn eerste brief. Hij zegt daar dat wij vreemdelingen zijn hier op aarde. Uitverkoren vreemdelingen (1Petr. 1:1-2). Uitverkoren, omdat God zijn gemeente apart zet. De gemeente is door God geroepen uit de wereld. En hoort voortaan bij God en bij Jezus Christus. En dat maakt de gemeente tot vreemdelingen in de wereld. Daarmee bedoelt Petrus, dat de gelovigen hier op aarde hun thuis niet hebben. Gelovigen zijn op het eerste gezicht gewone mensen. Maar als het er echt op aankomt, dan zijn de gelovigen niet zozeer burgers hier op aarde. Maar dan heeft u vooral uw burgerschap in de hemel, daar bent u inwoner. Daar is uw thuis, bij God in de hemel. En dat maakt dat u anders bent, dan de mensen in de wereld om u heen.

Door God bent u anders

U bent anders, omdat God u anders heeft gemaakt, zegt Petrus. God heeft ervoor gezorgd dat u niet meer bij de wereld hoort. U bent vrijgekocht door de Here (1 Petr. 1:18). U was niet vrij. Nee, u zat vast in uw eigen ijdele levenswandel. Dat is een levenswandel zonder God. En dat loopt nergens op uit. Een leven zonder God is leeg en ijdel. Uit die ijdele levenswandel heeft God u vrijgekocht. Dat heeft de Here gedaan door het kostbare bloed van Jezus Christus! Het offer van Jezus Christus moest gebracht worden in leven en sterven. Zijn bloed moest vloeien, terwijl op Hem niets aan te merken viel. De Here Jezus was als een onberispelijk en vlekkeloos lam. Gods liefde is daarin zo onvoorstelbaar groot. Hij heeft zijn Zoon gegeven. En die liefde van God gaat onvoorstelbaar diep. Want God heeft zijn volk al van eeuwigheid lief. Zijn liefde gaat terug tot voor de grondlegging van de wereld, zegt Petrus (1 Petr. 1:20). Zó mag u zien op God in waar geloof en vaste hoop.

Uit de duisternis geroepen tot het licht

Verderop in 1 Petr. 2:9-10 geeft Petrus een samenvatting van de gróte verandering die heeft plaatsgevonden. U bent geroepen door God. U veranderde u radicaal en totaal, omdat u in aanraking kwam met het bloed en de Geest van Jezus Christus. U wordt door Hem verlost en vernieuwd. U bevond zich in het rijk van de duisternis. En u bent gekomen tot Gods wonderbaar licht. U mag bij God horen. U bent zijn eigendom. Een uitverkoren geslacht. Daarom bent u anders. De wereld is zonder God. Wie zonder God is, leeft in de duisternis. En als u nu uit die duisternis geroepen bent tot Gods wonderbaar licht, dan bent u anders dan de wereld die in duisternis ligt. Temidden van al die mensen die in duisternis leven, ben jij als gelovige de vreemde eend in de bijt. Jij bent daar een vreemdeling. Jij bent anders. Want je hoort bij God. Vreemdeling zijn is dus een groot voorrecht. Een genadegeschenk van God. Omdat je veel, veel rijker mag zijn dan al die mensen die in duisternis liggen. Omdat je overladen wordt met geschenken van God. Hij geeft je zijn belofte en zijn zegen. Je mag leven in Gods licht.

God zet vijandschap

Maar, waarom wil God dan dat u vreemdeling bent op aarde? Wat is daar nu het nut van? Dat zien we heel duidelijk als we een stapje dieper gaan. Als we verder kijken naar de oorsprong van dit anders zijn. Wanneer is het rijk van de duisternis begonnen? Wanneer was het voor het eerst hier op aarde, dat het licht en de duisternis tegenover elkaar stonden? De duisternis heeft zijn intrede gedaan in de wereld, toen de mens zich liet verleiden door de oude slang, de duivel. Toen koos de mens mét de satan tegen God. Want de mens koos ervoor om de satan te vertrouwen. Maar dat was een keuze voor de satan en dus tégen God. De mens werd metterdaad een vijand van God. De mens stapte moedwillig over naar het rijk van de satan. Het was opstand en revolutie tegen God, in plaats van gehoorzaamheid aan God. Hier liggen de wortels van uw vreemdelingschap. Hier ligt de oorsprong, waarom jij anders bent dan de mensen van de wereld. Van huis uit zijn wij allen vervreemd van God, liggen wij door onze zonden onder Gods toorn. Door onze zonde zijn wij vijanden van God geworden en liggen in de duisternis. Maar God greep en grijpt in. God heeft toen in Genesis 3:15 vijandschap gesteld tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad. God sloeg het satanische eenheidsfront uiteen, welke de mens en de duivel hadden gevormd tegenover God. En God trok de mens weer naar Zich toe. Dat was Gods verlossende daad. God stond het niet toe dat heel het menselijk geslacht verloren zou gaan. De mens werd weer geplaatst bij God, aan Gods kant, in Gods rijk. En uit het menselijk geslacht zal een Verlosser voortkomen, zo luidt de belofte. Hij zal de kop van de slang vermorzelen. Hij zal de satan overwinnen. Door Jezus Christus verbreekt God het werk van de satan. God verlost ons en brengt ons over tot zijn Rijk.

Uitgebeeld in de doop

Heel beeldend laat de Here door middel van een teken zien dat er een grote verandering plaatsvindt in het leven van de gelovigen. Dat is het teken van de doop. God zegt tegen een nog pas geboren kindje: “Jij bent ontvangen en geboren in zonde en mijn toorn ligt op jou. Maar Ik was je en reinig je door het bloed van Christus. Ik trek je over naar mijn rijk. Jij hoort niet meer bij de duivel en zijn rijk. Jij hoort bij Mij. Jij bent mijn kind.” Dat teken van de doop is zó rijk. Niet alleen voor dat kleine kindje, maar voor heel de gemeente. Heel de gemeente moet leven uit de doop. Doet u dat ook? Leef jij ook uit je doop? Zodat je weet dat je gewassen en gereinigd bent door het bloed en de Geest van de Here Jezus? En daarom een ander leven leidt dan de mensen in de wereld om je heen? Zó zien we, wat een rijkdom het is dat wij anders mogen zijn. U bent anders, omdat u niet meer in de duisternis ligt. Maar omdat u kind van God bent en bij God mag horen.

Hoe moet jij anders zijn?

Hét kenmerk dat Petrus noemt is dat u in uw vreemdelingschap heilig moet zijn (1 Petr. 1:14-16). God is heilig. En omdat u bij de heilige God hoort, moet ook u heilig zijn. Heilig zijn is een fundamenteel gebod. U kunt niet heilig zijn door een bepaald gedrag te vertonen. Bijvoorbeeld op zondag naar de kerk gaan, of een christelijke kledingstijl hebben. Heilig zijn, dat vraagt een hele levenshouding. Een levenshouding die erop gericht is om God te eren in heel uw leven. Hoe moet u dan heilig zijn? Dat doet u, door gehoorzaam te luisteren naar God. U bent geroepen om gehoorzame kinderen van God te zijn. Dat u luistert en doet wat God van u vraagt. Gehoorzaam luisteren naar God. Dat is de wortel van het anders zijn. Dat is het principe. Juist deze luisterhouding maakt u fundamenteel anders. Radicaal. En dan ligt het heel scherp. Omdat de Here radicale gehoorzaamheid vraagt. Het is het één of het ander. De Here Jezus zegt: “Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben” (Mat. 6:24). Als het dus concreet gaat over hoe u anders moet zijn dan is dit de kern. God heeft u tot zijn eigendom gemaakt. Dat betekent dat u voortaan moet luisteren naar God. Gehoorzaam luisteren naar wat Hij zegt. Opdat u de Here dient, zoals Hij dat bedoeld heeft. De Here vraagt gehoorzaamheid in heel uw leven. Uw hart, uw liefde, uw verlangen. Het gehoorzaam luisteren naar God zal heel uw denken en handelen beheersen. Het zal het doel bepalen wat u voor ogen heeft in uw leven.

Jacobus: Geen vriendschap met de wereld

Laten we kijken naar twee Bijbelteksten, waarin God iets zegt over het anders-zijn dan de wereld. In Jacobus 4:4 staat:
Overspeligen, weet u niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend van de wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God.
Jacobus zegt het hier heel scherp en duidelijk. Vriendschap met de wereld betekent tegelijk ook dat je een vijand van God bent. Het is het één of het ander. En let u daarbij op hoe Jacobus het zegt. Wie een vriend van de wereld wíl zijn. Je mag er niet naar verlangen om te leven, zoals de wereld leeft. Je mag niet op dat wereldse leven gericht zijn. Je mag daar niet hoog van opgeven of er jaloers naar kijken.

Anders in de omgang

Jacobus stelt in zijn vierde hoofdstuk onderlinge ruzie en twist aan de orde. Ieder denkt aan zichzelf. Vele gemeenteleden zijn hoogmoedig en kijken neer op de ander. Die hoogmoedige houding past bij de wereld, maar niet bij de kinderen van God. En daarom zegt Jacobus: als je zo doet en denkt en handelt, dan is dat verkeerd. Want dan blijkt uit je gedrag dat je net als de wereld wilt zijn. Juist bij kwaadspreken en roddel doe je mee met de wereld. Maar dan ben je feitelijk een vijand van God geworden. Daarin moeten wij dus heel concreet anders zijn. De Here vraagt van u, van jou, dat je rein, heilig en zuiver bent in je spreken. Dat u eerlijke bedoelingen heeft tegenover uw naaste. Zonder iemand een hak te willen zetten of kwaad te spreken over uw broeder of zuster. En dat geldt ook op school, tegenover je leraren, en je medeleerlingen. Of op uw werk, in uw houding naar uw baas, collega’s én tegenover uw concurrenten. Als u echt zo leeft, dan bent u radicaal anders dan de wereld om u heen. In de wereld gaan de roddelbladen als warme broodjes over de toonbank. De wereld is verziekt door kwaadsprekerij, door pesten en vernederen. Jacobus zegt dat de kerk hier radicaal anders in moet zijn.

Strijd

Er is maar één weg die we moeten bewandelen, zodat we rein en heilig kunnen zijn. Dat zegt Jacobus verderop (Jak. 4:7-8): “Onderwerp u aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nadert tot God en Hij zal tot u naderen. ” U moet zich gehoorzaam onderwerpen aan God en Hem zoeken met heel uw hart. Als u strijdt tegen de zonde van roddel en kwade bedoelingen. Dan zal God zijn zegen geven. Dan zal de duivel weggaan, dat belooft God. Niet omdat u zo sterk bent. Maar omdat God dat belooft. Hij zal ervoor zorgen dat de duivel u niet zal overwinnen.

Johannes: Geen liefde voor de wereld

De tweede tekst waar we naar luisteren is 1 Joh. 2:15. Daar staat:

Hebt de wereld niet lief en wat in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde van de Vader is niet in hem.

Hier spreekt Johannes maar niet over zondige handelingen en daden, die we in de wereld om ons heen zien. Hier in 1 Joh. 2:15 heeft Johannes het over de líéfde tot de wereld. Daarmee gaat Johannes een stap verder dan dat we concrete zonden niet mogen doen. Johannes spreekt hier over uw hart, uw houding, uw verlangen. Uw hart en uw verlangen moet gericht zijn op God en zijn geboden. En die richting van uw hart is radicaal anders dan waar het hart van de mensen van de wereld op gericht is. Deze verzen liggen dus op het vlak van het 10e gebod, gij zult niet begeren. Wat de wereld verlangt, dat mag niet uw verlangen zijn.

Niet verlangen

Zo zegt Johannes dat in 1 Joh. 2:16: Wat in de wereld is, dat is de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen een hovaardig leven. En, zegt Johannes, dat is niet uit de Vader, maar uit de wereld. Wat de wereld mooi en goed en belangrijk vindt, waarmee je in de wereld aanzien kan verwerven, dat is niet waar jij op uit mag zijn. Deze verzen hebben dus betrekking op heel het leven. Het verlangen naar geld, of naar een hoge positie in de maatschappij. Verlangen naar invloed en macht. Of het mee willen doen met wetenschap, cultuur. Mee willen spreken over alle soorten sport. En de laatste uitslagen, of het nu op zondag wordt gespeeld of niet. Of op de hoogte willen zijn van de laatste ontwikkelingen in de wereld van de popsterren en idolen. De mensen van de wereld verlangen daarnaar. Zodat ze mee kunnen praten en op de hoogte zijn. Maar jij mag dat niet doen. Jij mag daar zelfs niet naar verlangen of jaloers op zijn.
Wat dat betreft ben jij dus radicaal anders dan je collega’s, waarmee je samenwerkt voor je bijbaantje. Of dan uw contacten op de werkvloer. Dan kunnen ze soms misschien het idee hebben dat jij van een andere planeet komt. Maar laat dat dan maar zo zijn. Want jij bent door Jezus Christus gekocht en betaald. Door Hem ben je bevrijd en aan Hem ben je verbonden om te leven tot zijn eer.

Anders, door gehoorzaamheid

Hoe moet u anders zijn? U moet anders zijn in heel uw hart en uw levenshouding. Omdat u zich laat gezeggen door God. Omdat u gehoorzaam luistert naar uw God en uw Verlosser, Jezus Christus. Als u dat doet, dan bent u radicaal anders dan de mensen van de wereld.

Velen zijn je voorgegaan

Hoe moedgevend is het om te zien dat al velen jullie zijn voorgegaan. Velen hebben het volgehouden. De strijd is immers eeuwenoud. Sinds de zondeval zijn Gods kinderen anders dan de wereld om hen heen. Hebreeën 11 laat zien dat velen jullie zijn voorgegaan in het geloof. Zij geloofden en vertrouwen op de belofte van God. Ook al zagen ze de vervulling van Gods belofte nog niet. Toch bleven zij in geloof strijden en standhouden. In Hebreeën 11: 35-37 staat het volgende.

Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben. Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord.

De Here vraagt een zware strijd en grote offers. Toch heeft God al deze mensen doen standhouden. Laten daarom ook wij afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. In vertrouwen en met nederigheid. Opdat we door Gods kracht kunnen standhouden.

Eeuwenoude strijd

De strijd van het geloof is bezig sinds de zondeval. En sinds de moederbelofte uit Gen 3:15. Toen heeft Gods vijandschap gesteld, tot onze verlossing. Gods kerk is anders dan de wereld, omdat ze uit de duisternis getrokken is tot Gods licht. Toen al werd gezegd: de hiel van de vrouw wordt vermorzeld. Dat is pijnlijk, dat is gevaarlijk. Dat is de strijd, dat betekent offers en moeite. Maar de kop van de oude slang wordt vermorzeld. En dat is dodelijk. De slang wordt overwonnen en zal veroordeeld worden. Maar Gods kinderen mogen de overwinning behalen. Want een sterke Held staat hun bij! Jezus Christus heeft gestreden tegen de satan. Hij is staande gebleven in verzoekingen van de satan (Mat/Luc 4). Hij heeft zich als een onberispelijk, vlekkeloos lam geofferd voor onze zonden. De Here Jezus is gehoorzaam geweest tot in de dood. Hij is gestorven. Maar dat was juist Gods overwinning. Omdat de oorzaak van alle zonde en vruchteloosheid daarmee betaald en weggenomen is. Jezus Christus heeft de zonde weggedragen en Gods toorn geleden. Daardoor heeft Hij de dood overwonnen (1 Kor. 15:56-57). Zo zegt de Here Jezus ook tegen zijn discipelen, vlak voor zijn heengaan (Joh. 16:33): “In de wereld lijdt gij verdrukking. Maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.” Deze sterke overwinnende Held mag u aan uw zijde hebben. Dat belijdt de kerk in Zondag 1. U bent gekocht en betaald. U bent het eigendom niet van uzelf, maar van Jezus Christus. Hij zal u leiden en bewaren. Onze kracht ligt in Hem. Daarom zegt Paulus ook in geloofsvertrouwen (Rom. 16:20): “De God nu van de vrede zal weldra de satan onder uw voeten vertreden.”

Wel vreemdeling, niet alleen

De Here geeft vele hulpmiddelen, zodat u het kunt volhouden dat u anders bent dan de wereld. Eén krachtig hulpmiddel wil ik in dit kader noemen. Want juist in de twee gedeeltes in het NT waar gesproken wordt over vreemdelingschap, daar wordt iets bij genoemd (1 Petr. 1:22-25 en Ef. 2:11-22). U bent vreemdelingen in deze wereld. Men kan u vreemd aan kijken, omdat u trouw bent aan God en niet meedoet in zonden, en de begeerte van de wereld. Maar toch staat u niet alleen. Nu al leeft u in het huisgezin van God, hier op aarde. In het midden van Gods gemeente, uw broeders en zusters. Alle kinderen van God zijn wel vreemdelingen, maar niet alleen. Samen mag u vreemdelingen zijn hier op aarde. Samen onderweg naar het hemels vaderland. Zo mag u elkaar vermanen en opbouwen (1 Thess. 5:11). Samen zoeken naar de wil van de Here (Fil. 1:10, vgl. Hebr. 12:13). Dat is een groot geschenk wat de Here geeft. Om elkaar te helpen en te bemoedigen. Dat kan op zoveel manieren. Op het verenigingsleven, gezamenlijke activiteiten. Op verjaardagen, maar ook in ziekenbezoeken of persoonlijke ontmoetingen. Via bezoek van ouderling, diaken of predikant. Laten we daarom de gemeenschap der heiligen koesteren. En daadwerkelijk naar elkaar omzien. Juist ook voor jongeren is het belangrijk om dit te mogen ervaren. Je bent wel vreemdeling hier op aarde. Maar je staat er niet alleen voor! Je bent opgenomen in de gemeente van de Here Jezus Christus. Probeer daarom ook mee te doen in de kerkelijke activiteiten, plaatselijk en landelijk. Met vereniging, op gemeenteavond of opening van het verenigingsseizoen. Op sportdagen en met kamp. Voor de gezelligheid, maar ook om er voor elkaar te zijn. En elkaar te leren kennen en te bemoedigen.

Volhouden om vreemdeling te zijn

Vreemdelingschap is een voorrecht. U bent een vreemdeling tegenover de wereld die ligt in zonde en duisternis. Omdat u mag leven in het licht. U mag onbesproken kinderen van God zijn temidden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder u schijnt als lichtende sterren in de wereld. Omdat u het Woord van God vasthoudt. (Fil. 2:14-16). Kunt u dat volhouden? Ja, want de God van alle genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, Hij Zelf moge u – na een korte tijd van lijden – toerusten, bevestigen, versterken en funderen. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid (1 Petr. 5:10-11, HSV).